Pagina afbeelding

    close

    Meld je aan

    Omdraaien

    In  mijn praktijk is er meer dan gemiddeld sprake van cliënten met ernstige dissociatieve problematiek. Ze hebben dan ook zeer levensveranderende grens-naar-binnen-verleggende gebeurtenissen meegemaakt. En direct als ik gebeurtenissen schrijf, denk ik, dat is het niet, het zijn mensen geweest. Mensen die van hen hebben geëist zich in te houden wanneer ze het wilden uitschreeuwen van pijn, mensen die hebben afgedwongen dat mijn cliënten al zo jong moesten zwijgen, die geen grenzen meer mochten hebben, die geen lijf meer hadden dat van henzelf was en toch op één of andere manier in de schoolbanken terecht moesten zien te komen. Cliënten die al heel jong o.a. werden beroofd van de ontdekkingstocht om zélf hun seksualiteit op hún moment te mogen ontdekken.

    In mijn praktijk zijn deze mensen oververtegenwoordigd: zo’n 95% van mijn cliënten is misbruikoverlever. Tegelijkertijd zijn veel schattingen ondervertegenwoordigd. Dat herken ik bij diezelfde mensen in mijn praktijk maar al te duidelijk. Wanneer zich misbruik aandient van een ander, op latere leeftijd of wat ook, hoor ik niet zelden: “Nah, dát was allemaal niet zo erg.” Punt is, dat misbruik viel in hun perspectief wel mee en zien ze niet als zodanig.

    Dan zeg ik zeg met een glimlach: “Hoe je dat nu ziet, klopt dat voor jou wellicht maar misschien moeten we jou daarin niet als maatstaf nemen?” Over die waarheid kijken we elkaar dan even aan, scheren onze blikken door de lucht, luchtig, alsof die jaren van gruwelijk misbruik geen betonblokken zijn die in de rivier van ontdekking, groei en autonomie zijn gestort.

    Het zijn onder andere die momenten waarop ik denk: ze moesten het omdraaien. De therapielast, de financiële last en al die verloren tijd. Het zou bij de dader(s) moeten liggen. Niet bij mijn cliënten. Niet bij de mensen die zo moeten zoeken om hun leven weer enigszins vorm te geven, in staat te zijn hun eigen broek op te houden, een gezin te hebben en ’s nachts te kunnen slapen. En ik noem grote dingen. Voor het gros van mijn cliënten is het fijn wanneer ze: gewoon tanden kunnen poetsen, naar een (tand)arts kunnen zonder te dissociëren, ’s avonds naar bed durven te gaan, onder de douche durven, hun lijf inzepen zonder dat het rood wordt geborsteld of dat onder de koude of juist striemend warme douche moet. Wanneer ze kunnen eten, zich niet continu schamen en in een spiegel kunnen kijken. Letterlijk.

    Ik zou het willen omdraaien. Maar daar voorziet het leven vooralsnog niet in.

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *